Agressie

Agressie

In de vorige column kondigde ik aan een drieluik te wijden aan robotzeehondje Paro. In dit tweede deel wil ik een aantal verhalen delen die gaan over agressief of afwijkend gedrag bij mensen met dementie en de rol die Paro daarin kan spelen.

Door: Louis Neven

Er wordt veel gepraat over en geïnvesteerd in zorgtechnologie. De toekomst van onze zorg wordt radicaal anders, zo zegt men. Maar wat gebeurt er nu echt als we die technologie in de praktijk inzetten? Louis Neven, lector Active Ageing bij Avans Hogeschool, verzamelt ervaringen met zorgtechnologie uit de alledaagse praktijk. En deelt die maandelijks via www.activeageing.nl met u. Op deze pagina kunt u al zijn columns terugvinden.

 
Het eerste verhaal kwam tot mij via een zorgprofessional in Tilburg. Het gaat over Klaartje. Klaartje is eigenlijk altijd een lieve vrouw en moeder geweest, maar nu ze dementeert wordt ze vaak verbaal agressief. Ook tegen haar eigen dochter. Het is pijnlijk om je moeder te zien dementeren, maar de agressie van Klaartje maakt het een uitzonderlijk zware opgave voor haar dochter om bij haar te zijn. In deze situatie werd Paro geïntroduceerd. De agressie van Klaartje nam af, maar belangrijker nog, Klaartje vindt het leuk om lief tegen Paro te praten en over hem te vertellen. Dat maakt het vervolgens weer mogelijk voor haar dochter om met Klaartje te praten over Paro en de gekke dingen die hij nu weer deed. En zo kan ze in elk geval bij haar zijn.
 
Het tweede verhaal is een eigen observatie op de psychiatrische afdeling van een verpleeghuis in Terheijden. We, een collega en ik, worden door verpleegkundige Yvonne een grote kamer binnengeleid waar zich twee oudere dames bevinden. De ene zit aan het raam, de andere helemaal aan de andere zijde van de kamer aan een tafel. Hoewel de dame aan het raam dichterbij is worden we daar nadrukkelijk weggehouden. Later blijkt dat de dame aan het raam nogal agressief kan zijn en meestal erg sarcastisch reageert op de verpleging en anderen. Yvonne stelt ons voor aan de andere dame en we introduceren Paro. Geen enkele reactie. Yvonne neemt de hand van de dame en raakt daarmee Paro voorzichtig aan. De dame lijkt een vies gezicht te trekken en zegt na een tijdje zachtjes maar kordaat ‘Weg, weg’ en begint met haar arm een vegende beweging te maken. Dat was helder: liever geen Paro.
 
We willen de kamer al verlaten als de dame bij het raam naar ons wenkt. Mijn collega en ik gaan naar haar toe, het is duidelijk dat ze geïnteresseerd is in Paro. We leggen Paro op haar schoot en ze begint hem enthousiast te aaien en te knuffelen. Ze is blij, lacht naar Paro en naar ons. We laten Paro een tijdje bij haar, waarin ze hem blijft aaien en buitengewoon opgewekt is. Na een minuut of tien nemen we afscheid. Yvonne heeft het allemaal bekeken van een afstandje. Als we de gang oplopen houdt ze ons tegen: ‘We bellen de krant. We hebben deze mevrouw nog nooit zien lachen.’
 
Paro is geen wondermiddel. Het werkt niet voor iedereen en soms brengt de interactie met Paro juist herinneringen naar boven die helemaal niet goed uitpakken (zie cappuccino column), maar voor sommige mensen kan Paro echt het verschil maken.
 
Het derde verhaal komt van Astrid van Mulken van Zuyderland. Het betreft Trees. Trees is een psychiatrische cliënt met dementie. Ze kleedt zich uit wanneer ze zin heeft, kan overal besluiten te plassen en is erg onrustig. Op Paro reageert ze zeer goed. Ze houdt hem stevig vast en ze kalmeert zichtbaar. Haar familie ziet het effect van Paro en neemt het besluit om een Paro voor Trees aan te schaffen. Dat is opvallend, want Paro is zeker niet goedkoop. Het effect van Paro op Trees is echter ontegenzeglijk. Paro is 24 uur per dag bij haar en gaat overal mee naartoe. Als aan Trees gevraagd wordt waarom ze Paro zo leuk vindt, zegt ze ‘mijn lichaam hunkert naar zo’n diertje’.
 
* Alle namen van cliënten zijn fictief.

website: Netcreators