Het vertrouwen van de ‘gouwe ouwe’

Het vertrouwen van de ‘gouwe ouwe’

Mijn vorige column ging over het vertrouwen in de medemens. Dat maatschappelijke vertrouwen neemt helaas af naarmate men ouder wordt. Doet zo’n daling in vertrouwen zich ook voor in economisch opzicht? Is het vertrouwen dat oudere consumenten (die – gemiddeld genomen – over vrij veel inkomen en vermogen (= koopkracht) beschikken) in de economie hebben lager dan van jongere consumenten? Kortom, hoe is het gesteld met vertrouwen van de gouwe ouwe consument?

Door: Prof dr Hans Kasper

Prof. Dr. Hans Kasper is al jaren als hoogleraar marketing werkzaam aan de Universiteit van Maastricht. Samen met Jim Krijnen en Cor Pooters heeft hij Silverbrains opgezet, een bureau dat onder meer is gespecialiseerd in kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar het (consumenten)gedrag van 50-plussers. Op onze website licht hij maandelijks de onderzoeksresultaten toe. Meer weten? Neem contact met Hans op via H.Kasper@silverbrains.com

De cijfers over het consumentenvertrouwen in het eerste kwartaal van 2017 zijn naar leeftijd gerangschikt in figuur 1¹. Inderdaad, het consumentenvertrouwen neemt af naarmate men ouder is; het is bij de 75plussers zelfs negatief in het eerste kwartaal van 2017. Dit laatste betekent dat er meer 75plussers negatief over de economische ontwikkelingen denken dan positief.

column1

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekent de index van consumentenvertrouwen door de antwoorden op vijf vragen bij elkaar op te tellen. Het gaat dan om het oordeel van consumenten in het verleden, het heden en de toekomst over:

  1. De economische situatie de laatste 12 maanden;
  2. De economische situatie de komende 12 maanden;
  3. De eigen financiële situatie de laatste 12 maanden;
  4. De eigen financiële situatie de komende 12 maanden; en
  5. Of het nu een gunstige tijd is voor grote aankopen.

Het gaat dus deels om oordelen over de ontwikkeling de afgelopen 12 maanden en deels om verwachtingen voor de komende 12 maanden. Uiteindelijk wordt berekend hoeveel mensen per saldo positief of negatief over de economie denken. Omdat de gemiddelde waarde voor heel Nederland +16 is begin 2017, denken dus veel meer mensen positief over de economie dan negatief. Bij 75plusers is het tegenovergestelde het geval. En hoe groter het vertrouwen, hoe meer geld consumenten uitgeven.

Deze cijfers over het eerste kwartaal van 2017 zijn geen toeval. Het CBS geeft aan dat het consumentenvertrouwen altijd lager is naarmate men ouder is. Blijkbaar is dat een structureel gegeven waar we niet om heen kunnen (klik hier om dat te zien voor de periode 2002 tot 2016). Het lagere consumentenvertrouwen van ouderen is dus niets nieuws. Het past bij het algemeen maatschappelijk verschijnsel van een afnemend vertrouwen bij toenemende leeftijd.

Ook nu het weer beter gaat met de economie neemt het consumentenvertrouwen af bij een hogere leeftijd. Hoe kunnen we dit verklaren? Daartoe gaan we dieper in op de samenstelling van deze index aan de hand van gegevens over heel 2016².

Naar mate men ouder is, zijn de oordelen over de huidige en toekomstige economische situatie en eigen financiële situatie somberder (figuur 2). Het oordeel over de gunstige of ongunstige tijd voor grote aankopen, daalt echter niet met de leeftijd. Na het 35e jaar daalt het en verbetert langzaam bij toenemende leeftijd, maar daalt weer fors bij mensen ouder dan 75 jaar. Het oordeel over de eigen financiële situatie is bij de 55plussers negatief, met name bij degenen die boven de 65 zijn: zij gaan richting hun pensioen of zijn al met pensioen. Het pensioen leidt tot een lager inkomen dan tijdens het werkzame leven (natuurlijk afhankelijk van de opgebouwde pensioenvoorziening). Hun somberder financieel gevoel wordt versterkt door de huidige discussie over verlagingen van AOW, van pensioenen en langer doorwerken. Wellicht is het dan toch niet zo opvallend dat velen van hen het nu wel een gunstige tijd voor grote aankopen (van bijvoorbeeld koelkasten, bankstellen, TV of auto) vinden. Hun somberheid over hun toekomstige eigen inkomen houdt hen blijkbaar niet tegen om te stellen dat het toch een goede tijd is voor grote aankopen omdat ze daar nu nog wel de middelen voor hebben, maar straks waarschijnlijk niet meer. Zij handelen volgens de gedachte “laten we het nu maar doen, want nu kan het nog”. Hun inkomen is blijkbaar nog groot genoeg om dit nu te doen. Of, zij gebruiken er een deel van hun spaargeld of vermogen voor en teren daar dus op in.

column2

Silverbrains,

Hans Kasper

¹ De figuur bevat geen gegevens voor de leeftijdsgroep van 18 – 35 jaar omdat het CBS de waarde van het consumentenvertrouwen niet naar die leeftijdsgroep heeft uitgesplitst voor 2017.
² De maand- en kwartaalcijfers over 2017 met betrekking tot de vijf aspecten heeft het CBS nog niet uitgesplitst naar leeftijdsgroepen. Vandaar dat het hier over 2016 gaat.

website: Netcreators