Het zakgeld van vroeger

Het zakgeld van vroeger

We onderschatten nog wel eens de effecten van wat we vroeger geleerd hebben, of moet ik zeggen, we onderschatten nog wel eens de goede raad van onze ouders toen we klein waren? En die raad wilden we ook niet altijd accepteren.

Door: Prof dr Hans Kasper

Prof. Dr. Hans Kasper is al jaren als hoogleraar marketing werkzaam aan de Universiteit van Maastricht. Samen met Jim Krijnen en Cor Pooters heeft hij Silverbrains opgezet, een bureau dat onder meer is gespecialiseerd in kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar het (consumenten)gedrag van 50-plussers. Op onze website licht hij maandelijks de onderzoeksresultaten toe. Meer weten? Neem contact met Hans op via H.Kasper@silverbrains.com

Tegenwoordig wordt vaak geroepen dat ouderen welvarender en meer geld en vermogen hebben dan vroeger: een zeer koopkrachtige groep dus. Anderzijds wordt geroepen dat ouderen gepakt worden omdat pensioenen en uitkeringen omlaag gaan; een armlastige groep dus. Het gaat echter niet zozeer om hoeveel geld je hebt, maar hoe je er mee omgaat. Ook rijke mensen kunnen moeite hebben met rondkomen wanneer ze meer uitgeven dan er binnenkomt.

Inderdaad, niet alle ouderen zijn hetzelfde. Maar de bovenstaande simplistische en populistische tweedeling van ouderen die wel of niet geld hebben (de haves en have nots) gaat niet op. In een van mijn onderzoeken naar het financieel gedrag van ouderen bleek dat er drie groepen ouderen zijn te onderscheiden voor wat betreft hun financiële kennis en hun financieel gedrag:

  1. De financieel goed onderlegde senioren: zij hebben een goede financiële kennis en managen hun financiën (uitgaven, beleggingen, leningen) goed. Zij nemen verstandige risico’s. Zij zijn gemiddeld 65 jaar oud, hebben een partner, een vrij hoog inkomen, een vrij hoge opleiding, en vaak een eigen huis;
  2. De financieel onverstandige jongere senioren: zij hebben een slechte kennis van financiële zaken en managen hun financiën slecht. Zij financieren het ene gat met het andere, kopen veel op afbetaling, en blijven ondanks de slechte financiële situatie veel kopen (en sparen amper). Zij nemen onverstandige risico’s. Het is de groep die de meeste schulden heeft ten opzichte van hun inkomen. Zij zijn gemiddeld 62 jaar jong, hebben een partner, een midden/laag inkomen, een midden/lage opleiding, er zijn evenveel huurders als eigenaren van hun woonhuis;
  3. De financieel verstandige oudere senioren: zij weten van zichzelf dat ze niet zo’n grote financiële kennis hebben. Die kennis hebben ze ook niet nodig omdat ze niet zoveel financiële middelen hebben. Zij zoeken vooral financiële veiligheid en gaan goed met hun financiën om: ze doen “geen gekke dingen”. Zij zijn gemiddelde de oudste senioren (68 jaar). Deze groep kent veel vrouwen. Zij hebben veelal geen partner (meer), hebben een relatief laag inkomen en lage opleiding en wonen vaak in een huurwoning. Zij zijn in staat om van het lage inkomen nog (veel) te sparen en weinig ouderen in deze groep hebben schulden.

Toen we de verschillen tussen deze drie groepen verder gingen onderzoeken, bleek dat het een heel groot verschil maakte of men vroeger geleerd had om met het (schaarse) zakgeld dat men kreeg, verstandig om te gaan. Had men geleerd te sparen om iets te kunnen kopen? Had men geleerd dat je niet alles wat je wilt direct kunt kopen? Had men geleerd dat je voor slechte tijden of onverwachte uitgaven wat opzij moet leggen?

De financieel verstandige oudere senioren hebben dit allemaal in hun jeugd veel sterker mee gekregen dan de andere twee groepen, en zeker veel meer dan de financieel onverstandige jongere ouderen. En zij zetten ook nu de tering naar de nering. Laten we een voorbeeld nemen aan die slimme oudere vrouwen.

Prof dr Hans Kasper,
Silverbrains

website: Netcreators