Levensverwachting 65-jarigen

Levensverwachting 65-jarigen

Het CBS verwacht dat de levensverwachting op 65-jarige leeftijd in 2023 zal toenemen tot 20,5 jaar. Beleidsmakers gebruiken dit cijfer om de toekomstige AOW-leeftijd vast te stellen.

De levensverwachting in 2023 valt in de nieuwste prognose lager uit dan in de prognose van 2016, toen deze op 20,7 jaar werd gesteld. Dat komt doordat de nieuwe prognose gebaseerd is op recentere sterftecijfers dan de prognose van 2016. In de laatste vier maanden van 2016 en de eerste acht maanden van 2017 stierven meer mensen dan in de oudere prognose was verwacht. Dergelijke fluctuaties in de feitelijke sterfte zorgen ieder jaar voor kleine schommelingen in de levensverwachting.

De jaarlijkse bevolkingsprognose van het CBS heeft tot doel de meest waarschijnlijke toekomstige ontwikkeling van de Nederlandse bevolking te beschrijven. Een aspect hiervan is de prognose van de levensverwachting. Voor het maken van die prognose maakt het CBS gebruik van een in de internationale wetenschappelijke wereld ontwikkeld model. Dat gaat er van uit dat voor de lange termijn de stabiele, dalende trend in de sterftekansen in West-Europa zal doorzetten. Daardoor hebben tijdelijke versnellingen en vertragingen in de sterfte een minder groot verstorend effect op de toekomstverwachtingen dan wanneer alleen van de Nederlandse trend zou zijn uitgegaan.

AOW-wetgeving gebruikt CBS prognose

De bevolkingsprognose van het CBS wordt gebruikt voor de vaststelling van de toekomstige AOW-leeftijd volgens de Algemene Ouderdomswet (AOW, art. 7a). In november 2016 heeft de overheid besloten dat de AOW-leeftijd in 2022 verhoogd wordt naar 67 jaar en 3 maanden. Aan de hand van de nu bekendgemaakte prognose van de levensverwachting van 65-jarigen in 2023 wordt de AOW-leeftijd in 2023 vastgesteld.

Vijf jaar langer dan in 1956

Op basis van de huidige stand van de volksgezondheid en de medische technologie hebben 65-jarigen in 2016 gemiddeld nog 19,8 jaar te leven. Deze levensverwachting van 2016 is ruim vijf jaar hoger dan in 1956, het jaar waarin de Algemene Ouderdomswet werd aangenomen. Vooruitgang in medische kennis en technologie en betere hygiëne, voeding en leefomstandigheden leidden ertoe dat het risico om voortijdig te overlijden sterk terugliep.

De toename in de levensverwachting verloopt niet gelijkmatig over de jaren. Er zijn perioden waarin de trend versnelt of stagneert. Over het algemeen is, net als in andere West-Europese landen, een duidelijke toename van de levensverwachting op 65-jarige leeftijd te zien sinds 1950. Voor 2023 wordt verwacht dat deze 20,5 jaar zal zijn.

De stijging van de levensverwachting is een uitdrukking van het feit dat steeds meer ouderen nog lang na hun 65e leven. Op grond van de sterftekansen in 1950 haalde de helft van degenen die in dat jaar 65 waren hun 80e levensjaar. De helft van de 65-jarigen in 2016 zal 86 worden, op basis van de huidige sterftekansen. In 1950 was de kans om 90 te worden 9 procent, nu is dat 31 procent.

[Bron: CBS / Foto: Pixabay]

website: Netcreators