“Maak van je gemeente een Blauwe Zone!”

“Maak van je gemeente een Blauwe Zone!”

Door Lowie van Doninck, Lectoraat Active Ageing, Academie voor Gezondheidszorg, Avans Hogescholen

Gemeenten zijn bij uitstek de besturen die een gezondheidsbeleid concreet gestalte kunnen geven. Maar hoe doe je dat? Misschien is het interessant om de ‘Blue Zones’ als kapstok te gebruiken. In Wijchen (Gelderland) doet men het al en ook in Roosendaal (Noord-Brabant) en enkele gemeenten in Zeeland is er interesse om het gezondheidsbeleid daar op te enten. Het verhaal is immers inspirerend en aansprekend voor de burgers en legt de focus op gezondheid en gedrag (GG) in plaats van ziekte en zorg (ZZ).

Mensen in ‘Blue Zones’ – onder andere delen van Sardinië, Griekenland, Costa Rica en Japan – worden over het algemeen zeven of acht jaar ouder dan de gemiddelde westerling. En nog interessanter: ze blijven tot wel twaalf jaar langer gezond en hebben maar 1/5 van het aantal kankers en 1/6 van het aantal hart- en vaatziekten vergeleken met de cijfers in de Verenigde Staten.

In de jaren die wij kennen als een fase van aftakeling, lichamelijke gebreken en kwellende ziektes, leveren ouderen in Blauwe Zones nog monter een bijdrage aan hun gemeenschap. Op de Japanse Okinawa-eilanden passen 102-jarige vrouwen op hun achterachterachterkleinkinderen. En in een Amerikaanse blue zone is een 97-jarige man nog altijd actief als hartchirurg. In de blue zone van Sardinië gaat een 100-jarige nog dagelijks vissen om enkele families te voorzien van hun omega-3.

Oorzaken aanpakken

Het krijgen van een ziekte is meestal vermijdbaar. Meer dan de helft van de ziektes wordt veroorzaakt door bekende oorzaken buiten ons lichaam. En dat betekent dat we door die oorzaken aan te pakken langer gezond kunnen blijven. Door als individu gezonder te leven, maar vooral ook door als samenleving gezondere keuzes te maken. Gezonder werk, een gezonder milieu, een gezonder voedingsaanbod: de mogelijkheden liggen voor het oprapen volgens professor Johan Mackenbach (Erasmus MC) in zijn boek ‘Ziekte in Nederland’. Individu en maatschappij – met een belangrijke rol voor de gemeente- zijn samen verantwoordelijk voor gezondheid. In ‘De gezondheidsepidemie’ benadrukt Professor Polder (UVT) terecht dat naast de evolutie van ZZ naar GG ook de factor mens en maatschappij (MM) van belang is.

Onderzoekers hebben een aantal factoren benoemd die zorgen voor het lange, gelukkige, gezonde leven in de Blauwe Zones. Als wij van die kennis willen profiteren, moeten we onze levensstijl drastisch omgooien. Meer en anders bewegen. Minder en gezonder eten. Positief denken. Stress vermijden. Rusten. God vinden. Dagelijks wijn drinken (met mate). Banden met familie en vrienden aanhalen.

Taak voor de overheid

Met wat gezond verstand kun je zelf ook bedenken dat die zaken goed voor je zijn. Toch doen we het niet, dat gezond leven – of maar half. Gezondheid blijft veelal steken in thematische acties (roken, overgewicht, …), maar een globale en integrale aanpak ontbreekt. Daar ligt een taak voor de overheid. Bijna al het geld dat de overheid in de zorg steekt, gaat in Nederland naar de curatieve geneeskunde: het genezen van ziektes. We kijken alleen naar oorzaken van ziektes, niet naar oorzaken van gezondheid. We noemen het gezondheidszorg, maar in feite is er enkel ziektezorg.
Ik pleit ervoor de bestaande zorg – de diagnose en behandeling van bestaande ziektes – aan te vullen met een extra ‘schil’. Er zou een organisatie omheen moeten komen die mensen helpt gezond te blijven. Met consultatiebureaus, waar adviseurs, coaches mensen helpen gezond te bewegen, eten, leven. Maar ook ontwikkeling van gezonde wijken en kiezen voor een levensloopbenadering; je zou kinderen op school moeten leren wat gezond gedrag is en dat gezond eten ook écht lekker is. Dat moeten we onszelf ook nog aanleren. Als je tegen je kinderen zou kunnen zeggen: “Als je niet braaf bent, dan krijg je géén stuk tomaat “, dan zouden we goed bezig zijn. De vastgeroeste aanname dat gezond meestal niet lekker is (en omgekeerd) moet dringend de wereld uit. Het gebruik van suiker en vet maken dat die aannames deels gebaseerd zijn op aangeleerd gedrag.

Ik ben ervan overtuigd dat de investeringen in zo’n extra schil in de zorg zichzelf op termijn uitbetalen. Als je die ziekten kan vermijden, hoef je ze ook niet te genezen, bespaar je geld. Maar dat financiële rendement is niet het belangrijkste. In Blauwe Zones zijn mensen niet alleen gezonder, maar ook gelukkiger. We kunnen gelukkiger zijn als we ons gedrag aanpassen.

Keurmerk

Ik pleit voor het ontwikkelen van een keurmerk ‘Blauwe Zone’ voor die gemeenten die vanuit de leefstijl in deze zones een gezondheidsbeleid opzetten. Ook zie ik heel wat overeenkomsten met de criteria die de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ontwikkeld heeft voor seniorvriendelijke gemeenten en steden. Maar hoe? Ongetwijfeld zijn er gemeenten die al heel wat initiatieven nemen om leefstijl van hun inwoners te verbeteren. Kennisdeling en kenniscirculatie; daar ontbreekt het nog aan. Een overzicht creëren van al die initiatieven zou erg nuttig zijn.

Voor alle leefstijlen uit de Blauwe Zones zijn er ongetwijfeld interessante interventies te bedenken. Het globale plaatje rondkrijgen en iedere burger de kans geven om aan zijn eigen Blauwe Zone te werken is een wenselijke uitdaging. Om geïntegreerde beelden te krijgen is het ook nodig dat we nieuwe opleidingen maken. Mensen die niet alleen vanuit de bril van hun eigen opleiding naar gezondheid kijken, maar die over de haag kunnen kijken en samen met andere opleidingen zoeken naar geïntegreerde oplossingen.

Eten, bewegen, verbinden, reflecteren en passie zijn de elementen waaronder bijvoorbeeld de gemeente Wijchen de leefstijlen van de Blauwe Zones heeft ondergebracht.

Gezond eten

Over elke leefstijl kunnen we wat leren uit de Blauwe Zones. Als voorbeeld sluit ik af met eten. Gezond eten behoort in de gebieden met een hoge levensverwachting tot de dagelijkse routine. Mensen eten er geen of veel minder vlees, maar meer vooral vette vis, veel meer groente en veel noten. Ter vergelijking: maar één op de vijf Nederlanders eet elke dag de aanbevolen hoeveelheid groente. Wij proppen al onze broccoli in de avondmaaltijd, terwijl bewoners van Blauwe Zones de hele dag door groenten eten, al vanaf het ontbijt. Bovendien eten ze minder. Daar hebben ze ‘trucjes’ voor. Zo eten ze in Okinawa van kleinere borden, scheppen ze op in de keuken – uit onderzoek blijkt ook dat je vijftien procent minder eet dan als je het vergelijkt met mensen die de pannen op tafel zetten – en herinneren disgenoten elkaar voor elke maaltijd met de spreuk Hara Hatchi Bu aan hun gewoonte om op tijd te stoppen met eten.

Zouden we niet kunnen vragen aan de restaurants om bijvoorbeeld minstens twee Blauwe Zone-menu’s te serveren? Zo zijn er ongetwijfeld nog vele ideeën te sprokkelen. Als we innovatief en creatief omgaan met al die leefstijladviezen en ze kunnen bundelen, dan krijgen ze concrete handvatten en kunnen we van onze gemeenten steeds meer Blauwe Zones maken. Vanuit het lectoraat Active Ageing gaan we binnenkort zelf op onderzoek naar de blue zone (Nuoro) van Sardinië. Misschien vinden we daar nog wat meer oorzaken van gezondheid.

website: Netcreators